Leren voelen

‘Ik doe wél de oefeningen, maar voelen? Hóó maar!’ Dat was mijn instelling toen ik in september 2003 met mijn docentenopleiding bij Samsara in Bilthoven begon. De ervaring die ik had met Yoga was toen nog vooral oefeningen doen.

Vier jaar later schreef ik een afstudeerscriptie over mijn proces in het leren VOELEN.

Om duidelijk te maken waarom in mijn ogen Yoga en voelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, wil ik graag met de wetenschappelijke kennis hierover beginnen.

De mens beschikt over vijf klassieke zintuigen: horen, zien, ruiken, proeven en voelen. De eerste die de zintuigen op deze manier benoemd heeft, was Aristoteles.

Bij de zintuigen, horen, zien, ruiken en proeven gaat het om een fysieke waarneming door een prikkel, die meestal van buitenaf komt. Daarbij worden de zintuigen zoals oren, ogen, neus of tong aangesproken. Met de oren horen wij en stuk muziek of luisteren wij naar een lezing. Met de ogen zien wij een prachtig landschap of het verkeer op de weg. Met de neus ruiken wij bepaalde geuren en met onze tong proeven wij wat we dagelijks eten.

Het orgaan voor de tastzin – of het VOELEN – is de huid, ons grootste orgaan. Het heeft een grootte van ca. 2 m² en is ruim 10 kg zwaar. Dit is het zintuig wat als eerste – al tijdens de groei in de baarmoeder – wordt ontwikkeld. Wij voelen met de huid pijn, druk, warmte of koude. Fysiek gezien is dat een belangrijke functie voor het overleven.

Voelen kent nog een andere vorm: Voelen in emotionele zin.

Het gaat hierbij om gevoelens zoals blij, bang, boos of bedroefd. Niet voor niets dat wij elkaar de vraag stellen: “Hoe zit je in je vel?”

In het dagelijkse gebruik wordt ook over emotie gesproken. Emoties (lat. emovere – naar buiten bewegen) is echter meer de reactie, die de mens op een bepaald gevoel laat zien, bewust of onbewust.

Samenvattend kun je zeggen, dat het bij gevoelens meer gaat om de innerlijke beleving en dat een emotie vanuit je binnenste naar buiten beweegt en daarmee duidelijke lichamelijke reacties waargenomen kunnen worden.

Het voelen – in de breedste zin van het woord – heb ik moeten leren. We vragen zo makkelijk: “Hoe voel je je?” Het antwoord, dat verwacht en gegeven wordt is dan ook meestal “Goed, hoor!” – Maar is dat ook zo?

In de Yoga leer je het waarnemen van je gevoel, zowel de lichamelijke vorm als ook de emotionele vorm. De Hatha-Yoga beschrijft die manier van Yoga waarbij je het lichaam als oefenmateriaal gebruikt, waar je de aandacht op dat moment op vestigt. Door dynamische oefeningen leer je bewegingen in de gewrichten te voelen, door statische oefeningen leer je de inspanning van de spieren te voelen. Daarbij ben je lichamelijk bezig en richt je de aandacht volledig op  jouw eigen lichaam.

Dit heeft mij een hele stap verder gebracht in het contact met mijn lichaam. Na een oefening voel ik een bepaalde doorstroming of energie. Door in aandacht deze energie te voelen, daarbij een bewuste ademhaling beoefenend, kwam ik steeds dichter bij mijn lichaam. Die energie deed iets met mij. Dit lijkt erg banaal, maar er gebeurde iets in mij op een zo subtiel vlak, wat bijna niet te beschrijven is.

Het lichamelijke oefenen samen met de ademhaling werd mijn weg richting het emotionele voelen en nog verder, het gevoel achter de emoties. Bijzonder was dat het meestal gewoon goed voelde. Daarbinnen was geen verdriet over een vervelende jeugd, geen nare ziektes, geen angsten voor de dood, ook geen uitbundige vreugde. Alles voelde meestal positief neutraal.

In eerste instantie heb ik voornamelijk op het lichamelijk vlak leren voelen. Waar neem ik bepaalde oefeningen waar? Voel ik warmte of koude, tinteling of energie? Voel ik het uitzetten van mijn buik op een inademing? Voel ik de kracht, waarmee dat gebeurt?

Door deze ervaringen leerde ik wat het betekent contact te maken met mijn lijf. Dit gaf mij het antwoord op de vraag: “Hoe zit ik in mijn vel?”

Toen er bij mij borstkanker geconstateerd werd, had ik het gevoel, dat mijn lichaam me in de steek gelaten had. Er was niets aan mij behalve dan een knobbeltje onder mijn linker oksel, wat erop had kunnen duiden, dat ik ernstig ziek was. Daarnaast was ik het contact met mijn lichaam kwijt geraakt. Het leek alsof het niet van mij was. Naarmate ik de fysieke gewaarwordingen tijdens het beoefenen van Yoga toeliet, kreeg ik steeds meer het gevoel voor mijn eigen lichaam terug. Wat ik waarnam, was zowel fysieke als ook mentale balans. Ik ontdekte ook kracht en energie in mijn lijf. Na een moeilijke periode gaf mij dat veel zelfvertrouwen, waarvan het profijt nog steeds voelbaar is.

In de yogalessen die ik nu als yogadocent geef deel ik deze ervaring graag met mijn cursisten. Daarbij is het van belang, dat ik er niet te veel over zeg, maar dat ik ze deze ervaring laat voelen. Een mooi voorbeeld is daarvoor de Janu Sirsasana, de hoofd-naar-kniehouding. Als ik deze asana aanbied, gaat mijn aandacht vooral uit naar de ademhaling en de ruimte, die daarbij ontstaat in de buik, de rug en de bekkenbodem. Ruimte voelen in de rug is niet gemakkelijk. Ik zal hiervoor, wanneer de cursist dit wil, mijn handen op zijn/haar onderrug leggen en dan ineens voelt hij/zij de beweging en de ruimte die onder mijn handen ontstaat op de inademing. Voor velen een ongekende ervaring.

Als de aandacht op deze manier op een bepaalde plek in het lichaam wordt gevestigd, is dat een vorm van meditatie. Het lichaam wordt als oefenmateriaal gebruikt om verbinding te maken met je innerlijk wezen. Op deze manier wordt het ware Voelen steeds meer onderdeel van het Zijn. Je wordt de stille waarnemer van wie je werkelijk bent en van wat je werkelijk voelt.

De cursief gedrukte tekst is onderdeel van mijn eindscriptie “Voelen is m-/wenselijk!” uit 2007.