Afgelopen week heeft Studio Seele in de ‘Eyckelbergh’ gestaan, het weekblad van Bergeijk. Niet met een artikel van mijzelf maar met een verhaal van Petrie van Otten van de Verhalen-Etalage over mijn werk: begeleiding met yoga voor mensen met kanker om hen te ondersteunen in het herstel. Natuurlijk kan ik diegenen die het blad niet ontvangen, deze mooie bijdrage niet vooronthouden. Ook de foto in de header van dit blog is van Petrie en werd naast onderstaand artikel gepubliceerd.


‘Wil je me even helpen? Ik krijg mijn trui niet aan.’
Harrie loopt naar Frederique en trekt haar trui naar beneden. Hij ziet haar hoofd uit de wollen kol tevoorschijn komen.

‘Ben je moe?’
‘Hoezo?’
‘Dat zie ik aan je gezicht.’
‘Dan vertelt mijn gezicht in ieder geval wel de waarheid,’ zegt Frederique kortaf. ‘Wie niet dan?’

Frederique zwijgt en kijkt naar buiten. Haar lippen trillen.
Harrie probeert voorzichtig af te tasten of ze boos op hem is. Frederique is veranderd. Harrie weet niet meer wanneer hij het goed doet.

‘Inderdaad, ik zie er moe uit.’ Frederique bekijkt zichzelf van top tot teen in de passpiegel. ‘Liet de rest van mijn lijf ook maar zo duidelijk zien of er iets aan de hand is.’ Ze kijkt om. Harrie perst zijn lippen samen.

‘Hoe had ik het kunnen zien dat mijn gezonde lichaam bezet werd met kanker?’ Harrie haalt zijn schouders op. ‘Een lichaam dat de waarheid verhult, hoe kan ik dat nog vertrouwen?’ Ze zucht. ‘Mijn lichaam dat altijd zo sterk was, zo aantrekkelijk. Datzelfde lichaam laat me nu in de steek. En ik zie er niet meer uit.’ Frederique gaat op de rand van het bed zitten.

‘Ik vind je nog steeds prachtig.’ Harrie slaat zijn arm om haar heen.
‘Je hoeft me niet te troosten met een leugen, Harrie.’ Ze schudt zijn arm van haar schouder.
‘Ik vind je prachtig of je het gelooft of niet.’ Harrie slaat zijn armen om haar heen en drukt haar tegen zich aan.
‘Au, dat doet pijn.’ Frederique duwt Harrie van zich af. ‘Ai en dit ook. Ze steekt haar hand onder haar oksel. ‘Hoe kan dit nou zo’n pijn doen?’
‘Dat is de wond, denk ik. Of het litteken dat misschien nog trekt.’ Harrie staat op.
‘Of het is weer terug?’ Frederique kijkt angstig naar Harrie.
‘Nee schatje, het is niet terug. De oncoloog heeft toch gezegd dat je dit kunt voelen. Je moet veel bewegen dan wordt het weer soepel. Wanneer moet je weer naar de gym?’
‘Dat heb ik opgezegd.’ Frederique loopt naar de overloop.
‘Hoezo dat?’ Harrie volgt haar de trap af.
‘Gewoon, omdat ik dat veel te confronterend vind. Bovendien kan ik het tempo niet bijhouden en het maakt me bang.’
‘Bang?’
‘Ja, ik word soms te overmoedig. Dan wil ik meedoen met de rest en de laatste keer dacht ik echt dat mijn borst bloedde, zo’n raar gevoel kreeg ik.’
‘Bloeden?’
‘Dat was niet, maar zo voelde het. Ik was over mijn grenzen gegaan, denk ik.’
‘Je kan dat toch aangeven, dat je niet met alles mee kunt doen.’
‘Wat heb ik er dan aan?’ Frederique trekt de koelkast open. ‘Au, kijk dit doet al meteen zo’n pijn.

Dit is niet goed. Het zullen toch geen uitzaaiingen zijn?’ Frederique gooit de koelkastdeur met een klap dicht en gaat aan de keukentafel zitten. Haar hoofd houdt ze met beide handen vast.

‘De laatste scan was toch goed, Frederique. Er was niets meer op te zien.’

‘Dat weet ik ook wel, maar ik weet niet wat er in mijn lichaam gebeurt, ik kan er niet meer van op aan.’

‘Probeer wat vertrouwen te hebben, Frederique.’ Harrie legt zijn hand op haar schouder. ‘Vertrouwen? Ik wil dit lichaam niet. Ik kan er niet eens meer met blijdschap naar kijken.’

‘Ik vind je nog steeds prachtig.’

‘Ach hou toch op met je herhalingen, je lijkt wel een papegaai.’ Frederique staat met een ruk op, de stoel schuift met veel lawaai tegen het aanrecht. ‘Je begrijpt me gewoon niet.’ Ze kijkt niet meer om als ze met grote passen de keuken uitloopt. Harrie blijft achter. Hij houdt zichzelf vast aan de rand van de tafel. De onmacht hangt als een zware deken in de keuken.

Dit is niet goed. Het zullen toch geen uitzaaiingen zijn?

‘Fijn dat ik even mij ei bij je kwijt kan, Henja.’ Frederique praat zachtjes door de telefoon. Ze wil Harrie niet wakker maken. Ook hij had een slechte nacht gehad. De spanning had nog even doorgewerkt, waardoor ze de slaap niet konden vatten.

‘Ik hoorde laatst van iemand, die was bij ene Christiane geweest. Christiane Seele of zoiets. Je moet haar maar eens googelen.’

‘Wat doet zij dan?’

‘Ze heeft ervaring op veel gebieden. Met ademhaling, meditatie, yoga, ontspanningsoefeningen en ze begeleidt je één op één. Ze komt bij je thuis, maar online kan ook. Bovendien heeft ze zelf ook kanker gehad en weet uit eigen ervaring waar ze het over heeft.’

‘Eén op één? Dat lijkt me wel heel zwaar.’

‘Nee, je blijft juist heel dicht bij jezelf en ze laat je ervaren waar je grenzen liggen. Ze stemt zich helemaal af op jou.’

‘Oké, dat klinkt goed. Ik hoor Harrie van de trap afkomen. Ik ga ophangen en mijn excuus aanbieden. Hij doet zo zijn best, die arme man.’

‘Wel even Googelen, hè.’ ‘Ja doe ik, doei.’

‘Ik dacht dat je naar de yoga zou gaan.’

‘De yoga komt naar mij,’ lacht Frederique. ‘Ik hoef alleen maar makkelijk zittende kleding aan te trekken.’

‘Waar moet ik dan naar toe?’ Harrie laat zijn schouders hangen.
‘Nergens, ik ga met haar naar boven.’ Ze kijkt door het raam. ‘Daar is ze.’
‘Hallo, ik ben Christiane Gathmann.’ Christiane spreekt zacht met een licht Duits accent.
‘ja Gathmann, ik had gegoogeld op Seele, maar zo heet je praktijk. Kom verder.’
‘Ja, mijn praktijk heet Studio Seele.’ Christiane hangt haar jas aan de kapstok. Christiane straalt kracht en zelfvertrouwen uit. De aandacht van Frederique wordt gelijk naar de boezem van Christiane getrokken. Sinds ze zelf een borst moet missen, richt haar aandacht zich als vanzelf naar de borsten van een ander om ze met de hare te vergelijken. Ze houdt haar adem in als ze ziet dat Christiane geen borsten heeft en voelt zich betrapt als Christiane haar met een glimlach aankijkt.

Hij doet zo zijn best, die arme man.

‘Ik ben vooral heel moe, kan mijn arm niet goed bewegen en voel allerlei pijntjes. Het maakt me bang.’ Frederique zit in elkaar gedoken op de rand van het bed. Christiane zit op een stoel tegenover haar.

‘Voel je hoe je ademt?’
‘Hoe ik adem? Nee dat voel ik niet.’
‘Je adem is heel belangrijk. Laten we eens kijken hoe jij je adem ervaart. Snel… langzaam… hoog… diep… oppervlakkig. Wil je je hand eens op je borst leggen?’ Frederique doet wat Christiane vraagt. ‘Onze manier van ademen werkt door op hoe we ons voelen. Een goede adem ontspant je lichaam en waar geen spanning zit, zit geen angst en waar geen angst zit, is plaats voor vertrouwen.’ De stem van Christiane blijft onveranderd zacht. Alleen al daarvan wordt Frederique rustig.

‘Zullen we eens een paar oefeningen doen? Je mag gaan staan en je hand op je buik leggen.’ Frederique voelt meteen haar adem en volgt de beweging van haar buik. Christiane laat haar bewust ervaren wat ze doet.

‘Ik zie dat er ontspanning komt in je schouders, klopt dat?’
‘Ja, dat klopt en de pijn wordt minder.’
‘Voel je dat je nu meer aandacht hebt voor je lijf?’
‘Ja, heerlijk, dat is lang geleden.’ Frederique voelt verdriet in zich opkomen. ‘Is het oké voor je om verdriet te ervaren? Kun je dat ook bij je partner?’

‘Maar ik kan mijn gedachten toch niet stoppen, die schieten altijd alle kanten op. Ik word bang van wat ik denk.’

‘Wat is het ergste wat je kan gebeuren?’
‘Dat ik doodga.’
‘En terecht. Het is doodsbang om kanker te hebben, maar dat is niet heel behulpzaam voor het ziekteproces. Gelukkig kunnen we steeds opnieuw beslissen om op onze adem te letten. Bij een bewuste adem is er minder ruimte voor gedachten.’

‘Ik voel meer ruimte in mijn lijf. Het lijkt luchtiger.’ Frederique zucht en heeft de behoefte om zich wat uit te strekken. ‘Het lijkt of ik mijn arm nu ook beter omhoog krijg.’
Christiane knikt. ‘Ik zie dat je een beetje voorovergebogen staat.’

‘Dat was eerst niet, maar sinds mijn borst weg is…’ Frederique maakt haar zin niet af. ‘Ik begrijp het.’
‘Het lukt nog niet om een bh met prothese te dragen. Mijn littekens doen pijn.’

Christiane strijkt met haar hand in een rustige, langzame beweging over haar rug. ‘Hoe voelt het nu?’
Er verschijnt een brede lach op het gezicht van Frederique.

‘Het is zo lang geleden dat ik me zo compleet gevoeld heb. Ik leefde alleen nog in mijn hoofd.’ Christiane laat Frederique kleine bewegingen maken. Eerst links, dan rechts. Het bewust voelen van het verschil maakt dat ze weer contact voelt met zichzelf.

‘Ik leek zover weg, maar ik ben eigenlijk heel dichtbij,’ zegt Frederique.

‘Wat is het ergste wat je kan gebeuren?’

‘Graag tot de volgende keer,’ Frederique zwaait tot Christiane niet meer in zicht is.
‘Zo te zien heeft het je goed gedaan,’ zegt Harrie. ‘Je hebt weer blosjes op je wangen.’
‘Zullen we vanavond weer eens uitgaan.’ Frederique slaat haar armen om Harrie’s middel. ‘Gezellig uit eten op ‘t Hof.’ Ze kust hem, vol op de mond.
‘Ja, dat lijkt me wel gezellig.’ Hij drukt haar tegen zich aan. ‘Die Christiane mag wel vaker komen wat mij betreft.’
‘Van mij ook. Dit doet me goed.’

Dankjewel, Petrie. Heb jij ook begeleiding nodig op weg naar herstel, volg Henriettes voorbeeld.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *